Wortel1

On 14 December 1944, an accident occurred in Wortel during the neutralisation of mines. During these works, three German SMines exploded. Civil Worker Marcel JANSEN was killed instantly. 1st Sergeant Louis VAN STEENWINCKEL was seriously injured and had a wound to the neck, but survived the accident. The other team members, Civil Worker Hendrik HOFMANS and Sergeant Armand ROOSEMONT, were not injured.

A commission of inquiry was set up by Lieutenant Albert DEBAUCHE, district head of Antwerp of the Department for Clearance and Destruction of Explosives and Obstacles. This commission was made up of 1st Sergeant-Major Joseph DEBRUYNE and 1st Sergeant Gabriël FOCKEDEY. The decision of the committee, as can be read from the report is that the accident that occurred during the execution of the contract was due to its execution, not due to carelessness and/or violation of orders, and not due to an extraordinary effort.

1st Sergeant Major Joseph DEBRUYNE later became responsible for the explosion pits in Meerdaal.

In addition to the report of the investigation committee, there is also a Declaration of industrial accident, the so-called Model No. I, drawn up by the district head, Lieutenant Albert DEBAUCHE.

The complete file also contains a sketch, and the death certificate.

1st Sergeant Armand ROOSEMONT stated (written in the then current Dutch):

On Thursday 14 December 1944 around 14:45 I was on a country road in Wortel to clear the mines that had been found.

While I was investigating a place that was indicated by an emergency flag, I suddenly heard an explosion, by reflex movement I bent down deeper. Immediately after the explosion I turned my head in the direction from which the explosion had come and noticed that 1st Sergeant VAN STEENWINCKEL and JANSEN, Marcel, a civilian laborer were lying on the ground. They both, as well as HOFMANS, Hendrik, belonged to the work group to which I was assigned. VAN STEENWINCKEL, was wounded, JANSEN must have been killed at the moment because his body was in pieces.

Immediately my remaining workmate HOFMANS, Hendrik, a civilian laborer, offered assistance to 1st Sert Van Steenwinckel who was losing copious amounts of blood from a wound in the neck; I rushed to the village centre for help, where I found the foreman and informed him of the accident, the latter was 1st SergtMaj DEBRUYNE, Joseph, Frans, Maria, of the registration number 175.5590, he took immediate action.

For clarification, I am attaching a sketch of the place where the accident occurred, indicating the respective places of each of us at the time of the incident.

I cannot provide any information about the cause of the explosion.

I declare on my honour that the above information is true, sincere and complete.

Hendrik HOFMANS also makes a statement:

On Thursday 14 December 1944 around 14:45' I was on a country road in Wortel to take out the mines that were present there. to clear with my team which consisted of: 1st myself, 2nd 1st Sergt Van Steenwinckel; Louis, 3rd Sergt Roosemont, Armand, 4th my workmate Jansen, Marcel.

When the explosion took place I was a few meters, say two to three, from Sergt Roosemont, I immediately threw myself to the ground. After the explosion I immediately stood up and went to 1st Sergt Van Steenwinckel.

Where I saw him bleeding profusely from a wound in the neck. My other workmate Jansen, would have been killed instantly, as his body was in pieces.

I offered the necessary assistance to 1st Sergt Van Steenwinckel, while Sergt Roosemont went to the village for possible medical assistance.

I cannot provide any explanation about the cause of the explosion, as it is unknown to me.

I declare on my honour and conscience that the above-mentioned statement is true, sincere and complete.

Op 14 december 1944 vind een ongeval plaats te Wortel tijdens het neutraliseren van mijnen. Tijdens deze werken zijn er drie Duitse SMine ontploft. De Burgerlijke Werkman Marcel JANSEN wordt daarbij op slag gedood. De 1ste Sergeant Louis VAN STEENWINCKEL is zwaargewond en heeft een wonde aan de hals, maar overleefd het ongeval. De andere ploegleden, de Burgerlijke Werkman Hendrik HOFMANS en Sergeant Armand ROOSEMONT, lopen geen verwondingen op.

Een onderzoekscommissie wordt samengesteld door de de Luitenant Albert DEBAUCHE, districtshoofd Antwerpen van de Dienst voor Ruiming en Vernietiging van Springstoffen en Hindernissen. Deze commissie is samengesteld uit 1ste Sergeant-majoor Joseph DEBRUYNE en de 1ste Sergeant Gabriël FOCKEDEY. Het besluit van de commissie, te lezen in het uit het verslag is dat het ongeval gebeurde tijdens het uitvoeren van contract is gebeurd, te wijten is aan de uitveroering er van, niet door onvoorzichtigheid en/of overtreding van bevelen, en niet door een buitengwone krachtinspanning komt.

1ste Sergeant-majoor Joseph DEBRUYNE wordt later verantwoordelijk voor de springputten te Meerdaal.

Naast het proces verbaal van de onderzoekscommissie, is er ook een Aangifte van arbeidsongeval, het zogenaamde Model Nr I, opgemaakt door het districtshoofd, Luitenant Albert DEBAUCHE.

Het volledige dossier bevat ook een schets , en de overlijdensacte .

De 1ste Sergeant Armand ROOSEMONT verklaard (geschreven in de toenmalige gangbare Nederlands):

Op Donderdag 14 December 1944 rond 14 uur 45' bevond ik mij op een landweg te Wortel om er de mijnen, welke gevonden werden, op te ruimen.

Terwijl ik een plaats onderzocht welke aangeduid was door een noodvlaggetje, hoorde ik eensklaps een ontploffing, door reflexbeweging boog ik mij dieper te ngronde. Onmiddellijk na de ontploffing draaide ik mijn hoofd naar de richting vanwaar de ontploffing gekomen was en bemerkte de den 1e Sergeant VAN STEENWINCKEL en JANSEN, Marcel, burgerlijk werkman te gronde lagen. Zij beiden, alsook HOFMANS, Hendrik, behoorden to de werkploeg waar ik bij ingedeeld was. VAN STEENWINCKEL, was gekwetst, JANSEN zal op het moment gedood geweest zijn daar zijn lichaam aan stukken was.

Oogenblikkelijk bood mijn overgbleven werkmakker HOFMANS, Hendrik, bugerlijk werkman, hulp aan 1e Sert Van Steenwinckel die overvloedig bloed verloor aan eene wonde in den hals; ik spoedde mij om hulp naar de kom van het dorp, waar ik den werkleider aantrof en hem op de hoogte bracht van het ongeva, deze laatste was 1e SergtMaj DEBRUYNE, Joseph, Frans, Maria, van het stamnummer 175.5590, hij trad dadelijk handelend op.

Ter verduidelijking voeg ik hierbij een schets van de plaats waar het ongeval voorviel, met aanduiding der respectievelijke plaasten van elk onzer op het oogenblik van het voorval.

Over de oorzaak der ontploffing kan ik geen mededeelingen verstrekken.

Ik verklaar op mijne eer dat bovenvermelde gegevens, waar, oprecht en volledig zijn.

Ook Hendrik HOFMANS legt een verklaring af:

Op Donderdag 14 December 1944 rond 14 uur 45' bevond ik mij op een landweg te Wortel om er mede de mijnen die er aanwezig waren op te ruimen met mijn ploeg welke bestond uit: 1e ikzelf, 2e 1e Sergt Van Steenwinckel; Louis, 3e Sergt Roosemont, Armand, ten 4e mijn werkmakker Jansen, Marcel.

Wanneer de ontploffing plaast greep bevond ik mij op enkele meter, zegge twee tot drie, van den Sergt Roosemont, ik wierp mij terstond tegen de grond. Na de ontploffing stond ik oogenblikkelijk op en begaf mij naar den 1e Sergt Van Steenwinckel.

Daar ik hem, overvloedig zag bloeden uit een wonde aan den hals. Mijn andere werkmakker Jansen, zal op slag gedood geweest zijn, daar zijn lichaam aan stukken was.

Ik bood den 1e Sergt Van Steenwinckel, de noodzakelijke hulp, terwijl Sergt Roosemnot zich naar het dorp begaf om mogeliljke geneeskundige hulp.

Over de oorzaak der ontploffing kan ik geen uitleg verstrekken, daar deze mij nonbekend is.

Ik verklaar op mijn eer en geweten, dat bovenvermelde verklaring, waar, oprecht en volledig zijn.

Le 14 décembre 1944, un accident se produit à Wortel lors de la neutralisation de mines. Au cours de ces travaux, trois mines allemandes SMine ont explosé. L'ouvrier civil Marcel JANSEN est tué sur le coup. Le 1er sergent Louis VAN STEENWINCKEL est grièvement blessé et présente une blessure au cou, mais survit à l'accident. Les autres membres de l'équipe, l'ouvrier civil Hendrik HOFMANS et le sergent Armand ROOSEMONT, n'ont pas été blessés.

Une commission d'enquête est instituée par le lieutenant Albert DEBAUCHE, chef d'arrondissement d'Anvers du Service de Déminage et de Destruction d'Explosifs et d'Obstacles. Ce comité est composé du 1er Sergent Major Joseph DEBRUYNE et du 1er Sergent Gabriël FOCKEDEY. La décision du comité, comme on peut le lire dans le rapport, est que l'accident survenu pendant l'exécution du contrat était dû à son exécution, non à une négligence et/ou à une violation des ordres, et non à un effort extraordinaire.

Le 1er adjudant-chef Joseph DEBRUYNE devint plus tard responsable des 'puits' de Meerdaal.

Outre le rapport de la commission d'enquête, il existe également une déclaration d'accident du travail, dite modèle n° I, établie par le chef d'arrondissement, le lieutenant Albert DEBAUCHE.

Le dossier complet contient également un croquis, et le certificat de décès.

Le sergent-chef Armand ROOSEMONT a déclaré (écrit dans le néerlandais alors en vigueur) :

Le jeudi 14 décembre 1944 vers 14h45, j'étais sur une route de campagne à Wortel pour déminer les mines qui avaient été trouvées.

Alors que j'enquêtais sur un endroit signalé par un drapeau de détresse, j'ai soudain entendu une explosion et par réflexe je me suis penché plus profondément. Immédiatement après l'explosion, j'ai tourné la tête dans la direction d'où venait l'explosion et j'ai remarqué que le 1er sergent VAN STEENWINCKEL et JANSEN, Marcel, un ouvrier civil, étaient allongés sur le sol. Ils appartenaient tous les deux, ainsi que HOFMANS, Hendrik, à l'équipe de travail à laquelle j'étais affecté. VAN STEENWINCKEL, a été blessé, JANSEN a dû être tué sur le coup car son corps était en morceaux.

Immédiatement, mon collègue de travail, HOFMANS, Hendrik, un ouvrier civil, a offert son aide au 1er sergent Van Steenwinckel qui perdait beaucoup de sang à cause d'une blessure au cou; Je me suis précipité au centre du village pour demander de l'aide, j'ai trouvé le contremaître et je l'ai informé de l'accident, ce dernier était le 1er Sergent-Major DEBRUYNE, Joseph, Frans, Maria, du matricule 175.5590, il a pris des mesures immédiates.

Pour plus de clarté, je joins un croquis du lieu où s'est produit l'accident, indiquant les places respectives de chacun d'entre nous au moment de l'incident.

Je ne peux fournir aucune information sur la cause de l'explosion.

Je déclare sur l'honneur que les informations ci-dessus sont vraies, sincères et complètes.

Hendrik HOFMANS fait également une déclaration :

Le jeudi 14 décembre 1944, vers 14h45, j'étais sur une route de campagne à Wortel pour aider à déminer les mines qui s'y trouvaient avec mon équipe, qui était composée de : 1er moi-même, 2e le 1er Sergent Van Steenwinckel ; Louis, 3e Sergent Roosemont, Armand, 4e mon compagnon de travail Jansen, Marcel.

Quand l'explosion a eu lieu, j'étais à quelques mètres, disons deux ou trois, du sergent Roosemont, je me suis immédiatement jeté à terre. Après l'explosion, je me suis immédiatement levé et je suis allé voir le 1er sergent Van Steenwinckel.

Où je l'ai vu saigner abondamment d'une blessure au cou. Mon autre collègue de travail, Jansen, a dû être tué sur le coup, car son corps était en morceaux.

J'ai offert l'aide nécessaire au 1er Sergent Van Steenwinckel, tandis que le Sergent Roosemnot se rendait au village pour une éventuelle assistance médicale.

Je ne peux pas fournir d'explication quant à la cause de l'explosion, car elle m'est inconnue.

Je déclare sur mon honneur et ma conscience que la déclaration ci-dessus est vraie, sincère et complète.