Aubechies 20 agustus 1945

Een donkerzwarte dag

20 augustus 1945 was een zwarte dag in de geschiedenis van DOVO(O). Die dag zijn er niet minder dan acht van de collega's omgekomen bij een zwaar ongeval te Aubechies-Lez-Leuze, een deel van Blicquy, niet zo ver van het Kasteel van Beloeil. Deze collega's waren afkomstig van de Sectie Henegouwen van DOVOO.

De plaats van het ongeval was een nep vliegveld op een landbouwzone gelegen op het grondgeboed van Aubechies, Ormegnies en Blicquy. Duitse vliegtuigen met als thuisbasis de luchthaven van Chièvres, die in nood waren of die terugkeerden van opdracht en die hun explosieve tuigen niet konden droppen of afvuren, kwamen daar hun lading dumpen. Zo werden er bij detectieopdracht niet minder dan 132 tuigen gedetecteerd, op een diepte van 4 tot 6 meter, en varierend van 50 tot 2000 kg.

Chièvres werd tijdens de Tweede Wereldoorlog uitgebouwd door de Duitsers met twee 1.800 m lange startbanen in beton met de nodige taxiways, dispersals en steunonderdelen. In maart 1941 werd de basis operationeel met Kampfgeszchwader 3, een bommenwerperseenheid van Dornier 17 komende van Beauvechain. Later werden de Dornier 17 vervangen door Junkers 88. In 1944 kwamen Kampfgeszchwader 3, 30 en 76, nog altijd met Junkers 88, zich vestigen op Chièvres. In augustus 1944 kwam ook het Jagdgeschwader 26 met Messerschmidt Bf 109 toe in Chièvres. Nog in augustus kwam het Kampfgeschwader 51 met Messerschmidt Me 262 (het eerste straalvliegtuig) daar een paar dagen. Meer via de link van wikidpedia over Chièvres.

De jaren 70

Vergeten, maar nog altijd aanwezig

Tot begin jaren 70 er een herschikking van de landbouwgronden (zogenaamde ruilverkavelingen) gebeurde en werden er wegenwerken uitgevoerd teneinde de toegang tot de landbouwgebieden te verbeteren. Het is door deze zaken dat de 'bommen' terug ter sprake zijn gekomen. En het is tijdens de ruilverkaveling dat er aan DOVO gevraagd werd om deze zone te detecteren en het verwijderen en/of neutraliseren van de bommen die begraven waren in de velden van Aubechies sinds de tweede wereldoorlog en ergens 'vergeten' waren. Op 3 maart 1975 wordt deze delicate opdracht door DOVO aangevat.

Deze informatie komt van een artikel van Luitenant Albert Jambe (waarvoor dank), later Korpscommandant van DOVO, dat deel uitmaakte van 'Propriété Terrienne' van januari 1976.

Getuigenissen verzameld van de bevolking gaven aan dat de situatie nog steeds zo was. Er waren 33 bommen, verdeeld over zes zones. De totale oppervlakte die gedetecteerd moest worden, besloeg een gebied van ongeveer 20.000 m². Het werk, dat minimaal een maand zou duren, werd opgesplitst in twee missies: "eerst de locaties van de bommen detecteren en neutraliseren, bedoeld voor het uitvoeren van werkzaamheden zoals wegenwerken en drainage; daarna zou het volledige gebied van de zes erkende zones verder worden verkend."

Het werk van de ploegen kan als volgt worden samengevat. Met behulp van een mijnendetector wordt de bovenste laag van de grond schoongemaakt tot een diepte van ongeveer 50 cm, door alle metalen afval te verwijderen.

Vervolgens werd een krachtigere detector gebruikt, die tot een diepte van 6 meter kan detecteren om de aanwezigheid van metalen objecten te lokaliseren, daarna werd de situatie geëvalueerd door luitenant Albert Jambe van de DOVO. De diepte en positie van de objecten werden geschat om de opruimwerkzaamheden onder de beste omstandigheden uit te voeren, wat noodzakelijk is voor de identificatie van deze invloeden (explosieve apparaten of ongevaarlijk puin).

In de zes afgebakende zones werden 14 bommen gelokaliseerd: 13 van 50 kg en één van 500 kg. Deze waren nog in uitstekende staat en vormden dus een echt gevaar bij hun verwijdering door de ontmijningsploegen. De 50 kg-bommen waren geladen met 25 kg explosief materiaal en hadden een elektrische ontsteker die werkte door de ontlading van een condensator, die in het vliegtuig werd opgeladen tijdens het afwerpen. Ze lagen op een diepte van slechts zestig centimeter tot één meter dertigig centimeter. Dit door de lage snelheid en hoogte van afwerpen in de eerder genoemde omstandigheden. De meeste van deze bommen konden in maart worden verwijderd.

Helaas verhinderden slechte weersomstandigheden het afronden van het werk in maart en, vanwege het oogstperiode, was het niet mogelijk om de missie onmiddellijk voort te zetten. De 500 kg-bom, die op een diepte van 3,25 meter lag, moest nog worden verwijderd. Deze taak werd aan het einde van juli uitgevoerd. De bom had twee elektrische ontstekers, hetzelfde type als de 50 kg-bommen, en bevatte 220 kg explosief materiaal.

The Badge

Rijkwachter, 1Sgt OVERLOOP, Kapt TICHON & 1Sgt TOUSSAIN

The Badge

Het laden op de vrachtwagen

The Badge

? & Sgt SAUDOYEZ

The Badge

1Sgt TANT

The Badge

Een gelukkige Lt Albert JAMBE

The Badge

Het laden in de vrachtwagen

The Badge

Gérard SAUDOYEZ

The Badge

1Lt Albert JAMBE en Kapt v/h Vlw Eddy DHAENE

The Badge

1Sgt TOUSSAINT & 1Sgt VAN OVERLOOP

Les bombes allemands nétaient pas des petards mouillés

V.M. BERCE, Ingénieur en chef-Directeur de la Direction Provenciale

Het artikel