1920-1923
Munitievernietiging wordt permanent
De eerste dienst verschijnt in 1920. In 1922 blijkt al dat het probleem van niet-ontplofte munitie niet snel zal verdwijnen, waarna in januari 1923 de officiele dienst wordt opgericht.
Dienstgeschiedenis
De historische lijn loopt van de eerste vernietigingsdienst in 1920, naar de officiele oprichting van DOVO-SEDEE op 16 augustus 1941, de naoorlogse reorganisatie van 1944-1946, de terugkeer van de dienst op 1 augustus 1974, en de hergroepering die op 1 juli 2000 effectief wordt.
1920-1923
De eerste dienst verschijnt in 1920. In 1922 blijkt al dat het probleem van niet-ontplofte munitie niet snel zal verdwijnen, waarna in januari 1923 de officiele dienst wordt opgericht.
1941
Gevangen Belgisch personeel wordt vrijgelaten voor de nieuwe dienst, die bommen, mijnenvelden en munitiedepots opruimt en tegelijk in contact staat met verzet en geallieerden.
1944-1946
De dienst wordt officieel in het heropgerichte leger opgenomen, bataljons worden ingezet in de Ardennen en aan de kust, en alle eenheden worden vanaf 1 december 1945 opnieuw gecentraliseerd.
1971-2011
Na een korte afschaffing keert DOVO in 1974 terug, groepeert later alle EOD-diensten onder een bevel en gaat in januari 2011 over naar het Geniekorps.
Archief per decennium
1940s
De oprichting van DOVO-SEDEE in oorlogstijd, de formele opname in het nieuwe Belgische leger op 16 oktober 1944 en de oprichting in 1946 van de duikertak en de vereniging horen in hetzelfde decennium thuis.
1950s
De jaren 1950 zetten het lange naoorlogse opruimwerk voort en omvatten de inhuldiging van het Nationaal Monument van de Ontmijner in Stavelot op 20 september 1953.
1960s
Het archief behandelt de groei van specialistische takken, de ontmijningsdienst van de Luchtmacht in 1967 en de oprichting van de actieve sectie binnen de vereniging in 1969.
1970s
De dienst wordt als zelfstandige eenheid afgeschaft op 31 oktober 1971 en keert op 1 augustus 1974 terug omdat de jaarlijkse interventielast nooit verdwijnt.
1980s
De jaren 1980 bevatten de naamswijziging van 15 december 1985 en de eerste Afrikaanse ontplooiing naar Kigali in juni 1986.
1990s
Provide Comfort, Somalie, het Ernest George fonds in 1991, de terugkeer naar de naam DOVO in 1995 en de koninklijke erkenning in 1996 bepalen dit decennium.
2000s
Het decennium start met de interforce hergroepering van 1 juli 2000 en gaat verder met ontplooiingen naar Kosovo, Afghanistan, Congo, Indonesie en Libanon.
2010s
De overgang naar het Geniekorps in januari 2011 blijft het belangrijkste ijkpunt naast latere herdenkingen, publicaties en blijvend geheugenwerk.
2020s
Het dossier loopt door in de jaren 2020 met materiaal over verenigingsleven, herdenkingen, monumenten, publicaties en actuele historische archivering.
Chronologie
1920-1923
Een eerste dienst voor vernietiging van munitie werkt in het hele land, met een detachement in elke provinciale recuperatiedienst. De intensiteit van het werk in 1922 wekt de hoop dat het probleem snel opgelost raakt, maar dat blijkt onjuist en in januari 1923 wordt de officiele dienst opgericht.
28 mei 1940
Belgische eenheden worden aangeduid om geallieerde hindernissen en mijnenvelden op te ruimen. De opleiding is elementair en later worden Belgische ontmijners ook ingezet op Duitse mijnenvelden.
16 aug 1941
De opdracht is om springtuigen zonder militair nut op te ruimen. Ploegen werken na geallieerde bombardementen, in oude mijnenvelden en in herontdekte munitiekerkhoven uit de Eerste Wereldoorlog. Het archief vermeldt ook de contacten met verzetsgroepen en de geallieerden.
16 okt 1944
Onder de naam DOVOO-SEDEEO wordt de bestaande oorlogsdienst officieel in het heropgerichte leger geintegreerd. De eenheid telt ongeveer 300 manschappen en werkt volgens oorlogsprioriteiten en burgerlijke aanvragen.
1945-1946
Op het einde van de oorlog worden twee ontmijningsbataljons opgericht: een Franstalig bataljon in de Ardennen en een Nederlandstalig bataljon aan de kust. In augustus 1945 worden ze versterkt met Duitse bataljons en krijgsgevangenencompagnies. De bataljons worden ontbonden op 31 december 1945 en 15 juni 1946, terwijl alle ontmijningseenheden vanaf 1 december 1945 opnieuw onder een commando worden gegroepeerd.
Op 1 augustus 1946 ontstaat ook de sectie helmduikers, de latere basis van NAV-CLEARMIN binnen de Belgische Marine.
1947-1967
Tussen 1944 en 1948 verandert de structuur voortdurend. In 1947 wordt een reductie tot 42 manschappen voorzien, maar die wordt nooit uitgevoerd en eind 1948 telt de dienst volgens het archief nog altijd ongeveer 350 tot 380 personeelsleden. Verdere herstructureringen brengen het aantal leden tussen 1949 en 1955 terug tot ongeveer 115.
In 1967 richt de Luchtmacht een eigen ontmijningsdienst op, zodat Landmacht, Marine en Luchtmacht elk een deel van de algemene verantwoordelijkheid dragen.
31 okt 1971
De ontmijners worden naar territoriale organismen in de provincies overgeplaatst. Het archief benadrukt echter dat daarmee zowel het blijvende probleem van oorlogsmunitie als de nieuwe dreiging van internationaal terrorisme, verdachte brieven, pakketten en bomauto's worden onderschat.
1 aug 1974
Met ongeveer 3.000 tot 4.000 jaarlijkse aanvragen blijft de behoefte aan een gespecialiseerde dienst te groot om DOVO te laten verdwijnen.
1985-2002
Op 15 december 1985 wordt de dienst ODLM. In 1995 zorgt de herstructurering van Defensie voor de oprichting van het ITC en krijgt de dienst vanaf 1 juli 1995 opnieuw de naam DOVO, met de bedoeling alle EOD-diensten onder een bevel te hergroeperen. Dat wordt effectief op 1 juli 2000 na het protocol met de Marine. Na de ontbinding van het ITC in 2002 komt DOVO onder het Landcomponent.
jan 2011
Met het transformatieplan van Defensie gaat het korps van de ontmijners over van de logistiek naar de genie, neemt het de zwarte geniemuts aan en draagt het zijn eigen EOD-kenteken.